U bent hier

Uitsmeren of opofferen?

maandag 8 oktober 2018 - 13:59

Verblekingsreeks van kaarten in stappen verkleuring

Tentoonstellen betekent blootstellen aan licht. Voor lichtgevoelige prenten, tekeningen en schilderijen betekent dat vroeger of later verkleuring. Musea beperken die verkleuring door het licht te dimmen en het helemaal uit te doen als er geen bezoekers zijn. Zitten er meer vergelijkbare objecten in de collectie, dan kunnen ze die om beurten tonen. Bij een boek kunnen ze regelmatig een bladzijde omslaan. Ze smeren de verkleuring dan als het ware uit over hun collectie of boek. Wat zou u doen als u beheerder van deze kaartcollectie was? De verkleuring uitsmeren over de kaarten in uw collectie of er een opofferen?

Bezoekers van de tentoonstelling Op zoek naar Van Santen & de kleuren van de Gouden Eeuw, die de UvA’s Bijzondere Collecties in 2015-2016 organiseerde, kregen deze vraag voorgelegd. Later moesten ook deelnemers aan een congres over waardering van erfgoed die vraag beantwoorden. Op het IIC congres ‘Preventive Conservation: The State of the Art’ dat onlangs plaats vond, zijn de resultaten van het experiment gepresenteerd. De uitkomsten bevestigden de hypothese: zolang we de lichtschade niet of nauwelijks zien, geven we de voorkeur aan uitsmeren. Op het moment dat verkleuring duidelijk zichtbaar wordt, slaat dat om en offeren we liever een object op om de rest in goede staat te behouden.

Het experiment bestond uit een serie posters met afbeeldingen van 5 ingekleurde kaarten uit Toonneel der steden van ’s konings Nederlanden, met hare beschrijvingen / uytgegeven by Joan Blaeu een atlas uit 1649 die zich in de collectie van de UvA bevindt. De kaarten werden met computersimulaties in stappen verbleekt. Op de eerste poster was de vraag hoe de collectie er na 10 jaar tentoonstellen uit zou mogen zien: alle vijf de kaarten 1 stap verbleekt of alleen een kaart 5 stappen verbleekt. Die ene stap valt niet echt op, de 5 stappen wel. Meer dan de helft van zowel publiek als professionals koos dan ook voor uitsmeren, minder dan 10% voor opofferen. De rest koos voor een tussenoptie. Bij de vraag waar ze na 20 jaar voor zouden kiezen, alle vijf 2 stappen of alleen een 10 stappen, rees de eerste twijfel. Die 2 stappen zijn een beetje zichtbaar, 10 stappen heel duidelijk. Nog steeds koos de helft voor uitsmeren, maar iets meer dan 20% koos voor opofferen, de twijfeloptie werd minder gekozen. Tenslotte was de vraag hoe ze na 60 jaar de collectie door wilden geven aan de kleinkinderen. Alle vijf de kaarten 5 stappen verbleekt of liever een kaart na 25 stappen vrijwel zonder kleur. Nu was er een overduidelijke voorkeur voor opofferen. Meer dan 60% koos daarvoor terwijl nog maar 20-30% zou uitsmeren. Het verschil tussen publiek en professionals bleef klein. Wel waren er deelnemers die aangaven dat ze de kaarten vooral om hun informatie waardeerden en die leed minder onder de verbleking dan de esthetische waarde van de gekleurde kaarten waar anderen juist naar keken.

Voor collectiebeheerders is het nuttig om te weten dat als zij er nu voor kiezen om lichtschade uit te smeren hun opvolgers misschien liever een andere keuze hadden gezien. Het is ook goed om je steeds te realiseren hoeveel objecten al zijn verbleekt. Na een paar stappen verkleuring is het misschien beter om van strategie te veranderen of, afhankelijk van het doel van de tentoonstelling, inzet van hoge kwaliteit reproducties te overwegen.

De volledige beschrijving van het experiment is gepubliceerd in het tijdschrift Studies in Conservation: Agnes Brokerhof, Pieter Kuiper & Steph Scholten (2018) Spread or Sacrifice: Dilemma for Lighting Policies, Studies in Conservation, 63:sup1, 28-34, DOI:10.1080/00393630.2018.1504439

Reacties