U bent hier

RCE-onderzoek naar sporen van slavernij en koloniaal verleden

dinsdag 23 oktober 2018 - 13:59

Lucebert, ‘Sneeuwneger’, 1974, 100 x 65 cm.

Wat te doen als je wilt weten welke voorwerpen in je museale verzameling een relatie hebben met slavernij en ons koloniale verleden? De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is begonnen met een onderzoek naar dergelijke sporen in het deel van de rijkscollectie dat door de dienst zelf wordt beheerd. Het onderzoek past in de actuele discussie van musea en collectiebeheerders die kritisch naar hun eigen verzameling kijken. Waar in het verleden wellicht sprake was van een eenzijdig perspectief zoeken we nu naar meerstemmigheid.

Aanleiding voor dit onderzoek was in eerste instantie een vraag van de minister van OCW. Als onderdeel van OCW pakt de rijksdienst dit onderwerp op door middel van een pilotonderzoek in de eigen kunstcollectie. Het valt binnen het thema wederzijdse historische beeldvorming, een van de focuspunten van het programma Gedeeld Cultureel Erfgoed.

Het project, dat naar verwachting langere tijd zal lopen, is begonnen met een verkennend onderzoek vergezeld van een plan van aanpak, in opdracht geschreven door de specialisten Ineke Mok en Dineke Stam. Hun rapport draagt de veelzeggende titel 'Verborgen in het volle zicht'.

Zoeken op woorden als 'bediende' en 'amboinahout'

Als je, zoals de RCE, een omvangrijke collectie beheert, is het namelijk niet eenvoudig de voorwerpen te vinden die een relatie met slavernij of het koloniaal verleden hebben. Dergelijke gegevens of trefwoorden zijn bij het registreren niet opgenomen, je zult ze in de database dan ook niet makkelijk vinden. Tegelijkertijd zitten er soms termen in die je vandaag de dag liever niet meer gebruikt omdat ze als kwetsend of denigrerend ervaren worden, zoals het woord ‘neger’. Die termen liggen bij wijze van spreken op straat omdat ze ge-upload zijn in collectienederland.nl en in de Europese database Europeana. Zulke termen zullen op een diepere laag in de collectieregistratie bewaard blijven. Maar voor de publieke oppervlakte kiezen we liever een meer neutrale en respectvolle term.

Het pilotonderzoek is inmiddels van start gegaan met het zoeken aan de hand van een lange lijst met termen. Woorden als ‘slaaf’, ‘bediende’ en ‘gouverneur’, geografische namen en materialen als tropisch amboinahout bieden aanknopingspunten. Maar vaak zijn de Afrikaanse slaven of bedienden die op een portret zijn afgebeeld, in het geheel niet genoemd of beschreven. Dus ook de voorstelling zelf kan informatie en aanknopingspunten bieden.

Kritische blik

Het onderzoek roept vele vragen op. Wat te doen met een titel die de kunstenaar met zekerheid zelf aan zijn schilderij gaf, zoals “Sneeuwneger” van Lucebert? En voorwerpen die van ivoor gemaakt zijn of, zoals bij talrijke meubelen, waar een beetje ivoor in is verwerkt? We weten dat dit materiaal nu verboden is en met terugwerkende kracht illegaal. Maar houdt het ook verband met slavernij en slavenhandel?

De tussentijdse uitkomsten van het onderzoek en de vragen die eruit voortkomen, legt de rijksdienst voor aan een externe adviesraad. Deze kritische blik van buiten scherpt ons en helpt onze eigen blinde vlekken te overkomen. Door aan de voorwerpen uiteindelijk specifieke trefwoorden toe te kennen, wordt de collectie op een nieuwe, aanvullende manier ontsloten. Deze zoektermen geven onderzoekers nieuwe ingangen om de veelkleurige geschiedenis die in de collectie besloten ligt te verdiepen en te verrijken.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Margot Langelaan en Simone Vermaat. Hanna Pennock is projectleider.

Reacties