U bent hier

'Ik onderzoek 18de-eeuwse dakpannen én de verkleurde inkten van Van Gogh'

dinsdag 23 oktober 2018 - 15:40

Sanne Berbers en de referentiecollectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Dit jaar is het project 'Specialistische kennisborging in de museale sector' begonnen. In dit project vindt onderzoek plaats en worden zogeheten kansplaatsen gecreëerd die jonge of beginnende specialisten de mogelijkheid bieden om kennis op te doen bij ervaren vakgenoten in musea en erfgoedinstellingen. De komende jaren nemen veel professionals afscheid van de erfgoedsector. Door hun kennis over te dragen aan een jongere generatie blijven de vaardigheden voor collectiebeheer- en behoud en de waardevolle kennis over museale collecties behouden. Een van de twee junior-onderzoekers die in september bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan de slag is gegaan is Sanne Berbers. Ze vertelt over haar nieuwe werkzaamheden.

'Bij de RCE werk ik als scheikundige aan onderzoeksvragen die worden gesteld door musea, erfgoedafdelingen van gemeenten, particuliere conservatoren en bijvoorbeeld studenten restauratie van de Universiteit van Amsterdam. Daarvoor gebruik ik een grote verscheidenheid aan meetapparatuur en heel diverse objecten.

Zo kan het zijn dat ik op dezelfde dag bezig ben met onderzoek naar hoe bepaalde, voor de stad Hoorn karakteristieke, 18de-eeuwse loden dakpannen werden gemaakt - om reconstructies mogelijk te maken - én naar de (verkleurde) inkten die Van Gogh heeft gebruikt voor bepaalde tekeningen. Hiervoor nemen we in het onderzoeksteam minuscule monsters van zijn tekeningen om de inkt te identificeren. Maar omdat er weinig bekend is over inkten aan het einde van de 19de eeuw doen we ook onderzoek naar de verschillende inktfabrikanten in Europa en proberen we oude inkten op te sporen en te analyseren.

Kleurstoffen identificeren

Ook doe ik veel onderzoek naar verfstoffen die in het verleden gebruikt zijn voor textiel. Vooral tijdens de Industriële Revolutie was er een explosie van nieuwe synthetische kleurstoffen waarvan de producenten vaak zelf niet eens precies wisten wat ze maakten. Met behulp van referentiecollecties die monsters bevatten afkomstig uit verffabrieken, proberen we nieuwe technieken te ontwikkelen om kleurstoffen te identificeren op historisch textiel. Zo hopen we meer te kunnen vertellen over dat object.

Er is vaak veel verschillend onderzoek nodig om een vraag te beantwoorden die heel eenvoudig lijkt. Dat is precies waarom onderzoek naar kunst mij zo aanspreekt. Scheikundig gezien zijn de meeste kunstobjecten ontzettend ingewikkeld; ze bevatten een grote verscheidenheid aan materialen die allemaal op verschillende niveaus interactie met elkaar hebben. Daarnaast zijn de kunstobjecten waarover ik vragen krijg niet meer nieuw, en dat heeft veel invloed op de moleculen – de materialen – en hun gedrag. Informatie over welke materialen gebruikt werden en hoe die geproduceerd werden, ontbreekt vaak. Elke vraag en elk object is daarom een nieuwe puzzel die opgelost moet worden.

Brede kennis

Deze zomer ben ik afgestudeerd met een master in Analytische Chemie en in Conservation Science. Dat betekent dat ik veel weet over verschillende technieken die je kunt gebruiken voor de identificatie en karakterisering van moleculen en een brede kennis heb over historische materialen en restauratie.

Binnen Nederland zijn er weinig musea die zelf een scheikundige in dienst hebben, dat komt omdat de apparatuur voor zulk onderzoek behoorlijk kostbaar is. Veel research wordt daarom gedaan bij de universiteiten en bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Mijn nieuwe baan is daarom heel speciaal voor mij: het is dé mogelijkheid om mijn kennis op veel verschillende technieken en onderwerpen uit te breiden en te versterken.'

Reacties