U bent hier

Gauguin en Laval deelden doeken

vrijdag 14 september 2018 - 13:41

Paul Gauguin, De mangobomen, Martinique, 1887.

Eind negentiende eeuw vertrokken kunstenaars-vrienden Paul Gauguin en Charles Laval naar Martinique. Op dit Caribische eiland woonden en werkten ze in de zomer en het najaar van 1887. In welke mate had dit invloed op hun manier van schilderen? Pasten ze dezelfde technieken toe en deelden ze hun materiaal, zoals verf en doek, dat ze vermoedelijk uit Frankrijk hadden meegenomen?

Op verzoek van het Van Gogh Museum in Amsterdam probeert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed deze vragen samen met het museum te beantwoorden. Daarbij maakt de dienst gebruik van het feit dat zich op dit moment enkele schilderijen van Gauguin en Laval in het restauratieatelier van het Van Gogh Museum bevinden. Ze zijn afkomstig uit het museum zelf en uit buitenlandse collecties. De eerste onderzoeksresultaten laten zien dat de kunstenaars inderdaad dezelfde manier van werken toepasten.

De schilderdoeken van beide mannen zijn geprepareerd met een laag krijt, die gebonden is met lijm of een combinatie van lijm en olie. Deze grondering is sterk absorberend, waardoor zij de overtollige olie uit de dun aangebrachte verf op heeft genomen. Hiermee bereikten de kunstenaars dat hun schilderijen een mat uiterlijk kregen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd ter voorbereiding op de tentoonstelling Gauguin en Laval op Martinique, die van 5 oktober tot en met 13 januari in het Van Gogh Museum te zien is. Begin november houdt het museum een symposium over hetzelfde onderwerp en later komt er een wetenschappelijke publicatie uit.

Muriel Geldof, specialist conservering en restauratie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, verricht samen met anderen dit onderzoek.

Reacties