U bent hier

Welk brandblusmiddel?

Regelmatig krijg ik die vraag en dan is mijn antwoord ‘dat hangt ervan af’. Daar schiet je natuurlijk niets mee op. Mijn uitgangspunt is dat een collectie of historisch interieur niet spontaan in brand vliegt. Er is altijd ergens een bron. Volgens de risicomanagement benadering moet je eerst identificeren waar bronnen zitten en wat er zal gebeuren als er brand ontstaat. In ons boek Risicomanagement voor Collecties staat een scenarioschema dat daarbij helpt plus veel informatie over kans en effect van brand. De RCE heeft ook een publicatie over blusmiddelen waarin de voor- en nadelen van de beschikbare blusmiddelen op een rijtje staan. Maar dan nog, hoe kom je dan tot de keuze van het juiste blusmiddel?

Voor een snelle respons bij een beginnend brandje in de prullenbak, oververhit koffiezetapparaat of kortsluiting in de meterkast is er de handblusser met afbreekbaar schuim of koolzuurgas (CO2). Als je een iets groter bereik moet hebben of je een vrije doorgang naar buiten moet banen is er water uit de slanghaspel. In nieuwe gebouwen is het zaak bronnen in de collectieruimtes te vermijden en (als het budget het toelaat) een automatisch blussysteem met watermist in de ruimtes eromheen te installeren. Uiteindelijk is waterschade altijd minder erg dan verbrande objecten of interieur. Zijn we dan helemaal niet bang voor nevenschade van het blusmiddel? Bij bluspoeder wel. De kosten van schoonmaak van ruimte en objecten na inzet van poeder zijn meestal erg hoog.

Recent wees Marysa Otte van het Amsterdam Museum mij op een onderzoeksrapport van een Europees COST-project waarin onderzoeksbureau COWI op verzoek van het Noorse Riksantikvaren en Historic Scotland ook antwoord geven op onze vraag. Hun nuchtere benadering spreekt me zeer aan en hun bevindingen deel ik hier graag. Ze beginnen met de nevenschade die in theorie kan ontstaan. Als je bekijkt wat er gebeurt als je een blusmiddel op een object spuit dan zijn er natuurlijk effecten omdat de chemische bestanddelen reageren met allerlei materialen. Schuimen laten resten achter op oppervlakken, water veroorzaakt uitzetten en krimpen van organische materialen wat resulteert in mechanische schade, poeders veroorzaken corrosie van metalen en leiden tot hoge schoonmaak en conserveringskosten en zelfs het koeleffect van CO2 kan schade aan materialen en constructies veroorzaken. Maar……. als je bedenkt waar branden ontstaan en waar we een beginnende brand nog met een handblusser kunnen blussen, dan is de kans op blootstelling van objecten gering. Nevenschade aan de collectie door de inzet van handblussers is ook beperkt. Over het algemeen brandt de collectie niet en reikt een handblusser niet zo ver dat veel collectie in de buurt wordt getroffen.

Als de brand zich verder ontwikkelt dan neemt de brandschade met elke minuut zo veel toe dat schade als gevolg van het blusmiddel daarbij in het niet valt. Dus kun je beter resoluut blussen dan bang zijn voor blusschade. Op dat moment is het ook veel belangrijker dat je een effectief blusmiddel hebt dan een veilig blusmiddel. De brand moet uit zolang dat nog kan, de rest is bijzaak. Dan heeft een handblusser misschien ook niet meer voldoende capaciteit, zeker niet wanneer je de helft van het blusmiddel de verkeerde kant op spuit omdat je niet weet hoe je met een blusser moet omgaan. In dat geval is het belangrijker dat je een blusser hebt waarmee ook ongeoefende personen uit de voeten kunnen. Wat je te allen tijde wilt voorkomen is dat je blusser leeg is en dat de smeulende resten weer ontbranden.

De Noorse onderzoekers concluderen dat schuimhandblussers eenvoudig te hanteren zijn en dat vrijwel iedereen er effectief mee om kan gaan. De waterslanghaspel is eigenlijk nog eenvoudiger en raakt niet leeg. Het plaatsen van meerdere handblussers voor verschillende doeleinden wekt alleen maar verwarring en is niet nodig. Daarom raden ze voor de minder kwetsbare delen van museum of gebouw aan met water uit de slanghaspel te blussen. Dat was ten tijde van het verschijnen van het rapport in het Verenigd Koninkrijk nog niet gebruikelijk maar in Noorwegen al wel. Voor ruimtes met gevoelige museumobjecten en historische interieurs raden ze watermist handblussers aan of eventueel CO2. Voor wat grotere ruimtes, voor ongetraind personeel en wanneer de brand al iets verder is ontwikkeld, is de slanghaspel met een mistsproeikop het best. In keukens, laboratoria en ateliers waar met chemicaliën en brandbare vloeistoffen wordt gewerkt, zijn speciale blusmiddelen nodig.

Het is een geruststelling dat de Noren en Schotten er vergelijkbare ideeën op nahouden als wij. In Nederland hebben we onze eigen wet- en regelgeving en is het goed om regelmatig met de lokale brandweer te overleggen of de brandbeveiliging up-to-date is. Het is sowieso goed om contact met ze te onderhouden en liefst ook samen te oefenen. Dan is het prettig te weten dat het gezamenlijke doel effectief blussen is en dat water(mist) de meeste voordelen en minste nadelen heeft.

Zie ook informatie over brand en andere onderwerpen op de website van Veilig Erfgoed.

En in 2019 is er weer het jaarlijkse Brandsymposium waar brandweer en erfgoedbeheerders met elkaar ervaringen uitwisselen.

Reacties