U bent hier

Uitsmeren of opofferen? Kiezen tussen verkleurende museumstukken

Een ingekleurde kaart van Heusden uit de atlas ‘Toonneel der steden’ uit 1649.

Hang een lichtgevoelige prent aan de muur en hij verbleekt. Over tientallen jaren is alle kleur eruit verdwenen. Je kunt ook na korte tijd telkens andere prenten ophangen. Die dan natuurlijk allemaal een beetje verkleuren. Wat zou een museum nou het beste kunnen doen: opofferen of uitsmeren? Dat is onderzocht.

Door Agnes Brokerhof

Tentoonstellen betekent blootstellen aan licht. Bij lichtgevoelige prenten, tekeningen en schilderijen veroorzaakt dat vroeg of laat verkleuring. Musea beperken dat door het licht te dimmen en het helemaal uit te doen als er geen bezoekers zijn. Bezit het museum vergelijkbare prenten, dan kan het die om beurten tonen. Bij een boek kun je regelmatig een bladzijde omslaan. Het museum smeert de verkleuring dan als het ware uit over zijn collectie. Een andere optie is die ene lichtgevoelige prent opofferen tot hij geheel vervaagd is. Wat zou een beheerder van een museum het beste kunnen doen? De verkleuring uitsmeren of een museumstuk opofferen? Dat heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed onderzocht in samenwerking met de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Bezoekers van de tentoonstelling 'Op zoek naar Van Santen' kregen deze keuze voorgelegd. Later mochten ook deelnemers aan een congres over de waarde van cultureel erfgoed kiezen. Op het congres 'Preventive conservation', dat onlangs plaatsvond, presenteerde de Rijksdienst de resultaten. Deze bevestigen de hypothese: zolang we de lichtschade niet of nauwelijks zien, geven we de voorkeur aan uitsmeren. Op het moment dat de verkleuring duidelijk zichtbaar wordt, slaat dat om en offeren we liever een museum-stuk op om de rest in goede staat te houden.

Toonneel der steden

De proefpersonen zagen vijf ingekleurde kaarten uit een atlas uit 1649, 'Toonneel der steden van ’s konings Nederlanden, met hare beschrijvingen, uytgegeven by Joan Blaeu'. Ze waren met de computer verbleekt. De eerste vraag was hoe de collectie er na tien jaar tentoonstellen uit zou mogen zien. Alle vijf de kaarten een stap verbleekt of alleen één kaart vijf stappen? Die ene stap valt niet echt op, de vijf stappen wel. Meer dan de helft van zowel publiek als vakmensen koos dan ook voor uitsmeren. Bij de vraag waar ze na twintig jaar voor zouden kiezen, alle vijf twee stappen of alleen één kaart tien stappen, rees de eerste twijfel. Twintig procent koos voor opofferen.

Ten slotte was de vraag hoe de deelnemers na zestig jaar de collectie door wilden geven aan hun kleinkinderen. Alle vijf de kaarten vijf stappen verbleekt of liever één kaart na 25 stappen vrijwel zonder kleur? Nu was er een overduidelijke voorkeur voor opofferen. Meer dan zestig procent koos daarvoor. Het verschil tussen publiek en vakmensen bleef klein. Voor beheerders is het nuttig om te weten dat als zij er nu voor kiezen om lichtschade uit te smeren hun opvolgers misschien liever een andere keuze hadden gezien. Het is ook goed om je steeds te realiseren hoe veel museumstukken er al zijn verbleekt. Na een paar stappen verkleuring is het misschien beter om van strategie te veranderen of, afhankelijk van het doel van de tentoonstelling, inzet van reproducties van hoge kwaliteit te overwegen.

Agnes Brokerhof, specialist risicomanagement bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, leidde het onderzoek ‘Spread or sacrifice’. Lees de volledige beschrijving hier.

Reacties