U bent hier

Museaal en koloniaal. Nieuwe bestemmingen voor Nusantara’s collectie

Dit houten beeld van de god Hanoeman uit de eerste helft van de 20ste eeuw bevindt zich nu in Museum Prinsenhof Delft.

Naar je museum over Nederlandsch-Indië komen nauwelijks nog bezoekers. Je ziet je genoodzaakt het te sluiten. Maar wat doe je dan met de collectie? Hoe de gemeente Delft nieuwe bestemmingen vond voor achttienduizend voorwerpen met een koloniale herkomst.

Door Dirk Snoodijk

Het begon allemaal in een andere eeuw, met een andere moraal. Om precies te zijn: met de Instelling van Onderwijs in de Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië. Die werd in 1864 opgericht, in Delft. Om de hier op te leiden bestuursambtenaren vast een beeld van de kolonie te geven verzamelde de Instelling duizenden gebruiksvoorwerpen uit Indië. Denk aan kledingstukken, muziekinstrumenten, wapens, meubels. In 1901 werd de opleiding opgeheven. De voorwerpen kregen een plaats in het nieuwe Ethnografische Museum in Delft, later Nusantara genoemd, Maleis voor Indische Archipel.

Door schenkingen groeide de museumcollectie in de afgelopen eeuw tot achttienduizend stuks. In tegenstelling tot het aantal bezoekers. Dat was in 2004 zo teruggelopen dat de gemeente het museum nieuw leven inblies met een moderne inrichting. Maar het mocht niet baten. Begin 2013 sloot Nusantara. Wat te doen met de achttienduizend voorwerpen?

Hier begon een weerbarstig proces, vooral vanwege de koloniale herkomst van de verzameling. Diverse belangengroepen uitten hun bezorgdheid of de voorwerpen wel goed terecht zouden komen. Delft wilde er van meet af aan zoveel mogelijk aan de voormalige kolonie schenken. Dat is gelukt. Het Museum Nasional Indonesia in Jakarta maakte zelf een selectie van vijftienhonderd stuks, waaronder een gouden Buginese kris. Ook kregen de schenkers hun voorwerpen terug. En het Nationaal Museum van Wereldculturen, een fusie van Museum Volkenkunde, het Tropenmuseum en het Afrika Museum, beheert er nu 3.196. Deze zijn beschikbaar voor onderzoek en bruiklenen door andere musea.

Denkbeeldige weegschaal

Hoe is die keus tot stand gekomen? Samen met de musea leidde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de gemeente door een proces om de cultuurhistorische waarde van de voorwerpen te bepalen. Daarin gebruikte de projectgroep Op de museale weegschaal, een methode die de Rijksdienst ontwikkeld heeft. ‘Wij legden telkens een reeks voorwerpen op de denkbeeldige weegschaal’, vertelt Tessa Luger, specialist roerend erfgoed van de dienst. ‘Dit leverde boeiende en vruchtbare discussies op, die leidden tot een steeds scherper beeld.’ Uit de overige voorwerpen maakten andere musea een keuze via de zogeheten Afstotingsdatabase van de Museumvereniging.

Onder meer het Rijksmuseum, het Museon en het Rijksmuseum van Oudheden konden zo hun collectie aanvullen met voorwerpen van Nusantara, net als verschillende Aziatische musea. Het Asia Culture Center in Zuid-Korea nam zelfs het volledige restant over. Zo bleef alles in het publieke domein. Er is niets verkocht of vernietigd. Om lessen voor de toekomst door te geven lieten Museum Prinsenhof Delft en het Museum van Wereldculturen een evaluatie schrijven. Hierin worden de goede en minder goede kanten besproken. De conclusie is duidelijk: een bestemming vinden voor zo veel museale voorwerpen is leerzaam, maar vereist aandacht en tact, zeker wanneer ze een koloniale herkomst hebben.

Met dank aan Marga Schoemaker-van Weeszenberg. Zie issuu.com voor de evaluatie ‘Herplaatsing collectie voormalig Museum Nusantara Delft’. Nadere informatie: Tessa Luger of Geertje Huisman, beiden specialist roerend erfgoed bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Reacties