U bent hier

Meubilair uit het depot zichtbaar maken door gebruik

Tapijt in de hal van Museumhuis Rams Woerthe. Foto: Arjan Bronckhorst.

Bezoekers in een historisch huismuseum laten plaatsnemen op een historische fauteuil – zonder afzetkoortjes of verplichte looproute. Wat roept dit beeld op? Bezorgdheid over de stoel of juist een mooi idee om de collectie aan een breder publiek te laten zien? In dit artikel wordt de samenwerking tussen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en Vereniging Hendrick de Keyser belicht met betrekking tot deze kwestie.

Door Anna van de Wal

Vereniging Hendrick de Keyser zet zich in voor het behoud van belangrijke gebouwen en interieurs. Dit doen zij door panden te verwerven en ze te restaureren. De gerestaureerde panden worden voor diverse doeleinden verhuurd, bijvoorbeeld als kantoor of als woning. De vereniging verzameld al ruim 100 jaar panden met sprekende voorbeelden van architectuur of wooncultuur. Alle gebouwen in het bezit van de vereniging moeten voldoen aan cultuurhistorische eisen. In de afgelopen 100 jaar heeft de vereniging al ruim 400 bijzondere panden verworven.

Tot leven brengen

Ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van de Vereniging heeft ze inmiddels een aantal van deze ‘Museumhuizen’ opengesteld voor het publiek, zoals de villa Rams Woerthe in Steenwijk. In totaal vertellen nu 35 huizen het verhaal over de interieurgeschiedenis in Nederland van 1550 tot nu. De bezoeker van Museumhuizen neemt kennis tot zich over de architectuur, de geschiedenis van het huis en over zijn oorspronkelijke bewoners. Maar bovenal beleeft de bezoeker het huis vooral zelf.

In de Museumhuizen mogen de bezoekers plaats nemen op stoelen, een ladekast opentrekken of achter de gordijnen gluren: zo brengen ze het huis zelf tot leven. Tijdens een bezoek aan een Museumhuis valt op dat er geen afzetkoordjes zijn, zo min mogelijk tekstbordjes en dat er geen rondleidingen worden gegeven. Met behulp van een audiotour mag de bezoeker zelf het huis ontdekken en het meubilair gebruiken. Het Museumhuis is allereerst een woonhuis, daarna pas een museum. De vereniging wil op deze manier een breed publiek aanspreken en draagvlak creëren voor haar missie.

Eigen collectie en bruiklenen

Voor de inrichting van de Museumhuizen heeft de vereniging de keuze uit een eigen collectie van ruim 2000 objecten. Die is onderverdeeld in vijf categorieën: de Erfgenamen, de Generatiegenoten, de Getuigenissen, de Synoniemen en de Anachronismen. Over het algemeen horen de objecten uit de eerste categorie tot de topstukken, dat zijn de objecten die oorspronkelijk bij het huis horen en mogen meestal niet worden gebruikt. Of dat bij de stukken in de overige vier categorieën wel het geval is, hangt af van de conditie en constructie van het meubel en de mate waarin het object ingezet zal worden.

De eigen collectie van de vereniging wordt aangevuld met bruiklenen. Niet elke collectiebeheerder durft het gebruik over de gehele breedte van zijn collectie aan. Stoelen worden dan bijvoorbeeld niet uitgeleend, maar rekwisieten weer wel. Paleis het Loo, het Zuiderzeemuseum en de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed zijn bruikleengevers voor de Museumhuizen.

Kansen voor de RCE

De rijksdienst is een ruimhartige bruikleengever voor de Museumhuizen. Het in bruikleen geven van de objecten geeft de RCE de mogelijkheid om gebruiksgeschikte objecten uit het depot te halen en aan het publiek te tonen. Deze objecten vervullen als bruikleen over het algemeen minder vaak een museale functie. De functie van de meubelen en de beleving van de bezoeker wordt benadrukt in plaats van de historische en artistieke betekenis van de meubelen. Op deze manier kan de RCE de doelstelling van de minister waarmaken om de (rijks)collecties zichtbaarder te maken aan een groter publiek. De meubelen in de Museumhuizen vervullen zo weer een functie in de gemeenschap.

Het bruikleenproces van de RCE

Het bruikleenproces begint met een bruikleenaanvraag van de vereniging. Hierna volgt een intakegesprek. Tijdens dit gesprek worden de wensen besproken. Vanuit deze wens gaat de rijksdienst op zoek naar geschikte objecten. Logischerwijs zijn niet alle objecten geschikt om door de bezoekers van de Museumhuizen gebruikt te worden.

Fig. 1. Collectie-indeling Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De rijksdienst heeft zijn collectie ingedeeld in vier groepen. Figuur 1 illustreert deze indeling. Voor deze indeling is een tweedeling gemaakt tussen de omgeving van het object en het gebruik van een object. Om te bepalen voor welke omgeving een object geschikt is, een museale omgeving of een niet-museale omgeving, is voornamelijk de waarde van een object doorslaggevend. Voor de bepaling of het object wel of niet gebruikt mag worden, is voornamelijk belangrijk hoe kwetsbaar het meubel is. Kwetsbare objecten mogen niet gebruikt worden.

Op de museale weegschaal

Deze indeling in de collectie komt voort uit de taak van de rijksdienst om overheidsinstellingen aan te kleden met de rijkscollectie. Uit deze taak komt een grote ervaring voort met het in bruikleen geven van objecten die wel of niet ingezet mogen worden in een niet-museale omgeving. Het indelen van de collectie is de taak van twee conservatoren en één restaurator van de betreffende collectie. Het bepalen tot welke categorie een object behoort, verloopt met behulp van de waardescores uit Op de museale weegschaal. Collectiewaardering in zes stappen. Op deze wijze zijn de conditie en de waarde van de objecten bepaald.

Om een selectie meubelen voor de Museumhuizen te maken, brengt de RCE de risico’s eerst nauwkeurig in kaart. Waar komen de meubelen terecht? Hoe intensief zal het meubel gebruikt worden? En zijn er aanpassingen aan het meubel of in de omgeving nodig om het te kunnen plaatsen in het Museumhuis? De situatie en het gebruik van het meubel in het Museumhuis wordt uitgebreid onder de loep genomen. De RCE en Vereniging Hendrick de Keyser hebben door de langdurige samenwerking een vertrouwensband opgebouwd, hierdoor kan het selectieproces vlot verlopen.

Uit de ervaring van de rijkdienst blijkt dat de grootste risico’s bij het gebruik van meubelen slijtage, het los raken van verbindingen, breuken en vervuiling zijn. Door middel van een korte risicoanalyse wordt per situatie beoordeeld hoe groot deze risico’s zijn wanneer het meubel in een Museumhuis geplaatst wordt.

Voorbeelden van bruiklenen voor Museumhuizen

In dit artikel zijn drie objecten uitgelicht die dit selectieproces doorlopen hebben en op dit moment in een Museumhuis van Vereniging Hendrick de Keyser staan. Deze drie objecten zijn concrete voorbeelden en laten de afwegingen zien in het bruikleenproces. De volgende objecten zijn uitgelicht: een set stoelen in Museumhuis Bonck, een kast in Museumhuis Bonck en een vloerkleed in Museumhuis Rams Woerthe. Museumhuis Rams Woerthe is een vrijstaande villa uit 1899 waarvan het interieur een sprekend voorbeeld is van de art nouveau. Museumhuis Bonck is een woonhuis uit 1624. Bijzonder aan dit huis is dat het nog grote delen van de 17de-eeuwse indeling en afwerking bezit.

Fig. 2. Originele bekleding stoelenset
Museumhuis Bonck.

1. Stoelenset Museumhuis Bonck

Voor Museumhuis Bonck in Hoorn heeft de rijksdienst een stoelenset van vier stoelen in bruikleen gegeven. Aanvankelijk had de RCE besloten dat de stoelen niet geschikt waren. Ze zouden door hun datering uit de 17de eeuw te uniek zijn. Die opvatting veranderde toen uit onderzoek bleek dat de set niet 17de-eeuws was, maar een goede replica uit 1900. Hierdoor zijn de stoelen minder uniek en konden ze geplaatst worden in het Museumhuis.

Fig. 3 – Opnieuw beklede en gestoffeerde
stoel voor Museumhuis Bonck.

Uit de conditiecontrole van de set kwam naar voren dat de oorspronkelijke bekleding van de stoelen te fragiel was. Het houtwerk en de verbindingen waren wel in een goede staat. Om die reden is besloten om de stoelen opnieuw te bekleden en te stofferen. De kosten zijn voor de vereniging, die dan wel vrij is bij de keuze van de bekleding voor de stoelenset. Op figuur 2 is een van de stoelen te zien voor de ingreep, figuur 3 toont de nieuwe stoffering en bekleding van de stoelen. De oorspronkelijke bekleding en stoffering worden bewaard in het depot van de RCE – dan zijn de stoelen altijd weer terug te brengen in de oorspronkelijke toestand.

2. Kast Museumhuis Bonck

Uit het intakegesprek kwam de wens naar voren dat Vereniging Hendrick de Keyser deze kast uit de collectie van de RCE graag als kassa wilde gebruiken. Deze wens komt voort uit het concept van de Museumhuizen om losse faciliteiten zoveel mogelijk op te laten gaan in de structuur en de inrichting van het huis. De woonhuisbeleving wordt hierdoor versterkt. Het is een vierdeurs kast met lade, op bolpoten uit het begin van de 17de eeuw.

Voor de kast is daarom uitgebreid onderzocht of deze als kassa gebruikt kon worden. De rijksdienst heeft onder andere onderzocht of de apparatuur in de kast past en of die geen risico’s (zoals een te zwaar gewicht) oplevert. De afwegingen hebben tot de conclusie geleid dat de kast als kassa gebruikt kan worden.

Fig. 4. Kast voor Museumhuis Bonck. Twee planken
weggelaten in het achterschot

De kast was daarentegen niet direct klaar voor gebruik. De bedrading van de kassa moest worden weggewerkt. Een aantal planken van het achterschot waren los aanwezig bij de kast en dat bood de mogelijkheid om twee planken uit het achterschot weg te laten om de bedrading door heen te laten lopen (zie fig. 4). De planken zijn door de restaurator op de bovenkant van de kast opgeborgen. Zo is de kast eenvoudig weer te herstellen in de oorspronkelijke staat, ook raken de planken niet gedissocieerd van de kast. De hele behandeling is met foto’s en tekst gedocumenteerd.

De praktijk heeft geleerd dat de laden ook door de vrijwilligers van het Museumhuis worden gebruikt, zij gebruiken dus niet alleen de vier deuren. Wanneer De RCE toestemming geeft om een meubel te gebruiken, moet ervan uitgegaan worden dat het gehele meubel gebruikt wordt en niet slechts een deel daarvan. De laden van de kast liepen niet soepel. Als het RCE van tevoren had geweten dat de lades ook gebruikt worden, hadden zij deze gebruiksklaar gemaakt. Dit gebeurt nu alsnog achteraf.

3. Tapijt Museumhuis Rams Woerthe

Voor de hal in Museumhuis Rams Woerthe in Steenwijk heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een tapijt in bruikleen gegeven (zie foto boven aan dit artikel). In de regel is het niet gangbaar om tapijten te laten gebruiken, er is namelijk weinig bekend over de slijtagesnelheid bij gebruik. Om hier meer uitspraken over te kunnen doen en om deze collectie zichtbaarder te maken voor een groter publiek hebben twee conservatoren en een textielrestaurator van de rijksdienst een aantal kleden geselecteerd.

Een van deze tapijten ligt in Museumhuis Rams Woerthe. Om te voorkomen dat het tapijt te snel slijt, controleert een textielrestaurator van het RCE regelmatig of het tapijt nog steeds geschikt is voor gebruik. De textielrestaurator weet exact wat de zwaktes van het tapijt zijn en kan gepaste oplossingen bedenken wanneer blijkt dat er slijtage optreedt aan het tapijt. Wanneer er veel slijtage aan één kant zichtbaar wordt, kan er bijvoorbeeld besloten worden om het tapijt te draaien. Wanneer het gebruik niet langer acceptabel is, kan ervoor gekozen worden om het tapijt weg te halen en eventueel te vervangen voor een vergelijkbaar tapijt.

Na het plaatsen van de bruikleen

Wanneer een object door de rijksdienst en de vereniging is uitgekozen en gebruiksklaar is gemaakt voor een Museumhuis komt de RCE meestal langs om het object te plaatsen. De vereniging ontvangt altijd het conditierapport van het meubel samen met een bruikleenaanbeveling. In deze aanbeveling staat een onderhoudsadvies en een gebruiksaanwijzing voor het meubel beschreven.

Voor de stoelenset staat bijvoorbeeld in de gebruiksaanwijzing: ‘Niet met de stoelen schuiven, maar tillen indien een stoel verplaatst moet worden. En til dan niet aan de rugleuning maar pak de stoel op onder de zitting.’ En in het onderhoudsadvies: ‘Het houtwerk van de stoelen kan stofvrij gehouden worden door het met een droge, niet pluizende zachte doek af te nemen.’ Team Museumhuizen van Vereniging Hendrick de Keyser ontvangt deze bruikleenaanbeveling. Zij zorgen ervoor dat ook de coördinator en de vrijwilligers van het betreffende Museumhuis deze adviezen ontvangen.

Nauwelijks schade 

De RCE vertrouwt erop dat de aanbevelingen nageleefd worden en controleert de bruiklenen niet. De vrijwilligers van de Museumhuizen spelen een rol bij het signaleren van schade aan de bruiklenen. De rijksdienst gaat ervan uit dat zij de globale toestand van de bruiklenen in de gaten houden. De vrijwilligers zijn altijd aanwezig en kunnen daarom eventuele schade aan een bruikleen signaleren.

De ervaring leert dat schade door het gebruik van de objecten meevalt. De bezoekers zijn rustig en gaan respectvol om met het meubilair in de Museumhuizen. Over het algemeen is de bezoeker terughoudend in het plaatsnemen op het zitmeubilair. Bezoekers geven aan dat ze het bijzonder vinden dat ze het meubilair mogen gebruiken. Het persoonlijk contact met de gastheer- of vrouw zorgt ervoor dat de bezoeker zich thuis voelt en voorzichtig is.

Samenwerking

Door onder andere de bruiklenen van de RCE kan Vereniging Hendrick de Keyser het concept van de Museumhuizen waar maken. De vereniging is positief over de bereidwilligheid van de rijksdienst om naar oplossingen te zoeken om het gebruik van de meubelen mogelijk te maken. Voor de vereniging heeft de samenwerking met de RCE een positieve uitwerking op gesprekken met andere museale bruikleengevers.

De samenwerking met de Rijksdienst kan voor andere instellingen een reden zijn om ook een samenwerking met de vereniging aan te gaan. Het voorbeeld is gegeven. Al met al betekent dat dus: meubilair uit het depot zichtbaar maken door gebruik? Met de juiste zorg kan het!

Voor meer informatie en een uitgebreidere versie van dit artikel, mail naar Anna van de Wal.

Voor haar afstudeerscriptie aan de Reinwardt Academie (cultureel erfgoed) heeft Anna onderzoek gedaan naar het fysiek gebruik van zitmeubilair in historische huismusea. Het afstudeeronderzoek is inmiddels afgerond en Anna zal in het voorjaar van 2019 afstuderen.

Reacties