U bent hier

Met andere ogen – slavernij en ons koloniale verleden in de kunstcollectie

In 1974 gaf Lucebert dit schilderij zelf de titel ‘Sneeuwneger’. Foto: RCE.

Koloniale gouverneurs, zwarte bedienden en hier en daar een ‘Moor’. Ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kijkt op een andere manier naar haar kunstcollectie. Achterhaalde beschrijvingen worden aangepast en de verzameling wordt ontsloten op slavernij en ons koloniale verleden. 

Door Hanna Pennock & Simone Vermaat

Hoe onderzoek je welke voorwerpen in je museale collectie een relatie hebben met slavernij en ons koloniale verleden? Na toezegging aan de minister van Cultuur inventariseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed momenteel zulke sporen in de kunstverzameling van het Rijk die de dienst beheert. Het onderzoek past in de actuele discussie van musea en andere beheerders die kritisch naar hun eigen collectie en verzamelgeschiedenis kijken. Waar in het verleden sprake was van een eenzijdig perspectief en een vermeend neutrale beschrijving van de kunstvoorwerpen, zoeken we nu naar meerstemmigheid en de andere kant van het verhaal. Met deze aanpak wil de Rijksdienst bijdragen aan een eigen-tijdse omgang met potentieel beladen erfgoed. Het Rijksmuseum, het Amsterdam Museum, het Museum van Wereldculturen en Museum Catharijneconvent waren al bezig de terminologie in hun beschrijvingen door te lichten.

De huidige politieke en maatschappelijke discussie over de omgang met ons koloniale verleden, dat verbonden is met uitbuiting, slavernij en hedendaags racisme, wordt ook in de erfgoedsector gevoerd. Mapping Slavery, een onderzoekscollectief verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, brengt historische plaatsen in kaart en doet onderzoek naar de Nederlandse slavernij in de West en in de Oost. Vorige maand publiceerde het collectief de gids Slavernijverleden Nederland. In februari won het Zeeuws Archief de Geschiedenis Online Prijs 2019 voor de site Handelaar in slaven. The Black Archives in Amsterdam verzamelt en ontsluit boeken en archieven van zwarte schrijvers en wetenschappers. En in verschillende steden worden wandel- en boottochten langs markeerpunten van ons slavernijverleden georganiseerd. Zo worden er verhalen en betekenislagen aan het erfgoed toegevoegd en worden de sporen van ons koloniale verleden zichtbaar gemaakt.

Achterhaald, kwetsend of denigrerend 

Het inventariseren van relaties met slavernij of het koloniale verleden in een omvangrijke verzameling zoals de Rijksdienst beheert, lijkt makkelijker dan het is. Veel van de ruim 100.000 kunstvoorwerpen zijn niet geregistreerd onder trefwoorden die hiermee in verband kunnen worden gebracht. En als dat wel zo is, is dat vaak gebeurd met behulp van termen en benamingen die tegenwoordig als achterhaald, kwetsend of denigrerend kunnen worden ervaren. Door de toenemende digitale toegankelijkheid van museale collecties komen deze oude beschrijvingen zonder context of toelichting in het publieke domein. Er is al eerder aandacht besteed aan de terminologie. Al in 2007 verscheen het boek Op zoek naar de stilte: Sporen van het slavernijverleden in Nederland, resultaat van een onderzoek in opdracht van de Museumvereniging. Het Nationaal Museum van Wereldculturen presenteerde vorig jaar het boek Woorden doen ertoe: Een incomplete gids voor woordkeuze binnen de culturele sector

Meer en meer wordt ervoor gekozen om beladen termen te vervangen door eigentijdse en neutrale woorden. De oorspronkelijke termen worden op een dieper niveau in de collectieregistratie bewaard. Maar waar te beginnen met een onderzoek naar een thema dat sluimerend aanwezig is in de verzameling? Voorafgaand verrichtten de specialisten Ineke Mok en Dineke Stam bij de Rijksdienst een verkenning. Hun rapport draagt de veelzeggende titel Verborgen in het volle zicht. Op basis van hun plan van aanpak zijn de beschrijvingen als eerste doorzocht aan de hand van een lange lijst met termen. Woorden als ‘slaaf’, ‘bediende’ en ‘gouverneur’, geografische namen zoals Elmina en Brazilië, en materialen als tropische houtsoorten bieden aanknopingspunten. 

Een handvol portretten 

Maar vaak worden mensen met een donkere huidskleur op een historisch portret, meestal een bediende op de achtergrond, in het geheel niet genoemd in de beschrijvingen. Bij een handvol portretten in de Rijksdienst-collectie is dat wel het geval, bij zo’n vijftien andere niet. De goede zoektermen toekennen is dus noodzakelijk. Om erachter te komen of de gouverneurs en andere geportretteerden een verantwoordelijke positie in ons koloniale verleden hebben gehad is nader historisch en kunsthistorisch onderzoek nodig. Dat geldt ook voor de vraag of de zwarte personen op de schilderijen historische figuren zijn. Als de beschrijvingen van de portretten met deze informatie verrijkt zijn, kunnen ze in verband worden gebracht met andere adellijke portretten in musea, kastelen en landhuizen. 

In de verzameling van de Rijksdienst treffen we ook woorden aan als ‘neger’, dat tegenwoordig als achterhaald beschouwd wordt. Wat dan te doen met de titel die Lucebert met zekerheid zelf in 1974 aan zijn schilderij ‘Sneeuwneger’ gaf? Of met een affiche uit de jaren vijftig dat een tentoonstelling over ‘negerkunst’ aankondigt? En wat te doen met voorwerpen die van ivoor gemaakt zijn of de talrijke meubelen waar een beetje ivoor in is verwerkt? We weten dat dit materiaal regelmatig met slavenschepen vervoerd werd. Maar hebben daarmee alle ivoren objecten een connectie met de slavernij? De tussentijdse uitkomsten van het onderzoek en de vragen die eruit voortkomen, legt de Rijksdienst voor aan een externe adviesraad. Deze kritische blik van buiten scherpt de dienst en wijst op blinde vlekken. Door aan de voorwerpen nieuwe trefwoorden toe te kennen wordt de collectie op een aanvullende manier toegankelijk gemaakt. Deze zoektermen geven onderzoekers nieuwe ingangen om de veelkleurige geschiedenis die in de kunst van het Rijk besloten ligt te ontdekken, te verdiepen en te verrijken. 

Hanna Pennock, senior adviseur en projectleider, en Simone Vermaat, conservator, beiden werkzaam bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, begeleiden het onderzoek.

Reacties