U bent hier

Kunst die trilt - hoe ga je om met risico's

Wat kunnen musea doen tegen het schudden van schilderijen in de verrijdbare rekken in het depot.

Harde muziek, slopen, heien, bouwen. En zwaar verkeer, helikopters, stampende bezoekers. Welk risico loopt kunst om beschadigd te raken door de trillingen die daarbij ontstaan? Een nieuwe richtlijn geeft aan wanneer de conservator de kwetsbare schilderijen beter even verderop in het museum kan hangen.

Door Bill Wei

Vijftien jaar geleden kreeg de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voor het eerst een belangrijke vraag over trillingen. Deze ging over de popconcerten met Koninginnedag op het Museumplein in Amsterdam. De vraag was of de harde muziek pal naast de nieuwe vleugel van het Van Gogh Museum schadelijk kon zijn voor de kunst daar. De rijksdienst voerde toen een test uit in een goed gesimuleerde situatie. Hier kwam uit dat de kunst geen groot risico liep, als de organisatoren van de concerten zich tenminste aan het afgesproken maximale trillingsniveau hielden. Het risico was vooral klein omdat de geëxposeerde kunstwerken in goede conditie verkeerden en omdat ze slechts één dag aan het Koninginnedaggeluid werden blootgesteld.

Voorbereidingen in 2005 voor popconcerten met
Koninginnedag naast het Van Gogh Museum

In de afgelopen vijftien jaar deed de rijksdienst meer ervaring op met onderzoek naar trillende kunst en andere museale voorwerpen. Geladen met deze kennis en met enkele door musea gefinancierde experimenten kan de dienst nu een richtlijn opstellen. Deze zegt dat het risico op schade door trillingen klein is voor kunst in goede toestand als het trillingsniveau onder de twee millimeter per seconde blijft. Dat geldt voor één gebeurtenis, zoals een rockconcert naast of in het museum, of voor een verbouwing die een aantal maanden duurt.

Een combinatie

Twee punten zijn van belang om op te merken bij deze richtlijn. Ten eerste gaat het om een combinatie van een limiet aan het niveau van het getril en een limiet aan de tijd. Het is dus niet de bedoeling dat iemand de waarde van twee millimeter per seconde als zelfstandige grens gebruikt. Ten tweede is er sprake van een klein risico op schade, wat niet hetzelfde is als geen risico. Het is dan ook verstandig om kwetsbare kunst verder weg van de veroorzaker van de trillingen te plaatsen. Denk hierbij aan een schilderij vol losse scholletjes en bladdertjes dat nodig restauratie behoeft of een pasteltekening, die met krijt gemaakt is dat over het algemeen niet al te stevig aan het papier hecht. Er bestaat dus altijd een klein risico op schade, maar er vallen maatregelen te treffen om dit te minimaliseren.

Tegenwoordig houdt Amsterdam de Koningsdagconcerten aan de randen van de stad in plaats van op het Museumplein. De vragen over trillingen echter komen steeds vaker bij de Rijksdienst binnen, uit binnen- en buitenland. Die gaan over andere concerten, in bijvoorbeeld de Museumnacht of met carnaval. En ze draaien ook om andere oorzaken. Veel collectiebeheerders en restauratoren zijn bezorgd dat het schudden en schokken bij het vervoer van een kunstvoorwerp schade veroorzaakt. Maar ondertussen worden hele collecties blootgesteld aan getril dat veel langer duurt dan het verplaatsen van een enkel schilderij. Voortdurend zwaar transport van bouwmateriaal of ander zwaar verkeer vlak langs musea bijvoorbeeld.

Bouw of sloop

Ook bouw of sloop in een museum of in de buurt ervan kan zware trillingen met zich meebrengen. Denk aan de sloop en nieuwbouw achter Galerij Prins Willem V en de Gevangenpoort in Den Haag rond 2005. Aan het huidige uitbouwen van het Erasmus Medisch Centrum naast onder meer Museum Boijmans Van Beuningen, de Kunsthal en het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Of aan de bouw van een parkeergarage direct naast Panorama Mesdag in Den Haag in 2007. Die werd stilgelegd toen het museum begon te verzakken.

Aan het andere eind van het spectrum kunnen de conservatoren in musea met oude houten vloeren zich zorgen maken over schuddende vitrines door slechts de voetstappen van de bezoekers. En de Koninklijke Bibliotheek stelde de rijksdienst onlangs vragen over machines die het magazijn zullen automatiseren. Zouden die schadelijke trillingen kunnen veroorzaken? Ook zijn er bijzondere situaties die vragen over trillende kunst met zich meebrengen. Zoals toen president Barack Obama een aantal jaar geleden in een helikopter naar het Rijksmuseum kwam. Of bijvoorbeeld het plan om een kunstinstallatie met harde muziek in een museum te plaatsen.

Drie vragen

De drie meestgestelde vragen luiden: ‘Zijn de trillingen gevaarlijk voor onze kunst?’, ‘Welk trilniveau is voor ons toelaatbaar?’ en ‘Wat kunnen wij doen om de kunst geen schade op te laten lopen?’ De rijksdienst heeft zich ontwikkeld tot een van de toonaangevende instellingen in de wereld die musea en andere organisaties goed kunnen helpen met zulke vraagstukken. De basisgedachte van het advies is dat het cumulatieve aspect doorslaggevend is. Lang aanhoudend getril zorgt voor moeheid van het materiaal, tot het breekt. Daarom is een trilling niet hetzelfde als een schok. In de vorige eeuw maten goedkope trillingsmeters in feite alleen schokken. Trillingen werden toen nauwelijks onderzocht.

Als je een kunstwerk laat vallen of het krijgt een harde stoot tijdens een transport, dan raakt het als het tegenzit meteen beschadigd. Dat is letterlijk en figuurlijk een schok. Bij een trilling daarentegen treedt de schade pas op na een bepaalde tijd. Als het trilniveau hoog is, kan dat vrij snel gebeuren. Maar als het niveau laag is, duurt het lang tot er schade zichtbaar wordt. Dus of bepaald getril gevaarlijk is voor een bepaald soort kunstwerken is niet alleen afhankelijk van het niveau, maar ook van de duur. Om die reden is de toelaatbaarheid van een bepaald trillingsniveau gerelateerd aan de periode waarin de kunstvoorwerpen aan het getril worden blootgesteld.

Opgezette dieren uit Naturalis
op een trillingstesttafel

Flexibiliteit

Die twee millimeter per seconde tijdens één gebeurtenis is een veilige richtlijn, maar wel vrij conservatief. Vooral voor bouwbedrijven brengt deze grens veel kosten met zich mee. De ervaring leert dat er wat flexibiliteit mogelijk is als je een integrale aanpak hanteert. Het begint met een gedegen risicoanalyse van de collectie op basis van de ervaring van de staf van het museum. Vervolgens is het belangrijk dat de conservatoren erkennen dat een laag risico niet hetzelfde is als geen risico.

Dan is het zaak om goed in de gaten te houden hoe de kunstwerken zich houden tijdens de trillingen, met een actieplan achter de hand om ze in veiligheid te brengen. En bovenal is het van belang een goede communicatie met de veroorzaker te onderhouden, een bouwbedrijf bijvoorbeeld. Dit allemaal samen kan de kunst goed tegen het getril beschermen zonder dat je de hele last op de schouders van de veroorzaker legt. Deze integrale aanpak was bijzonder succesvol bij grote bouwprojecten naast musea in onder meer Liverpool, Antwerpen en Brussel, en naast historische kerken in Stockholm.

Praktische maatregelen

Er bestaan ook eenvoudige, praktische maatregelen die de beheerders kunnen nemen als het museum bijvoorbeeld openblijft tijdens bouwwerkzaamheden. Zo kunnen zij kunstwerken op dunne, zachte matjes zetten, van materiaal dat niet snel meebeweegt. Op deze manier gaan de werken niet wandelen als de omgeving trilt. Ook kun je eenvoudige dempers of veren achter en onder de kunst aanbrengen. Wel moeten deze geschikt zijn voor het gewicht van de kunstvoorwerpen en voor de frequentie van de trillingen, meestal onder de vijftig Hertz.

Niet alle maatregelen hoeven technisch te zijn. Je kunt veel bereiken door menselijk gedrag te veranderen. Zo vroeg het Anne Frank Huis in Amsterdam de rijksdienst mee te denken met de ontwikkeling van nieuwe vitrines voor de wereldberoemde dagboeken daar. Zie hiervoor ook het artikel elders in dit nummer. Om schadelijk trillen van het kwetsbare oorlogspapier te voorkomen nam de staf onder meer het advies van de dienst over om de verlichting en route rondom de dagboeken aan te passen. Vanaf volgende maand zijn die zo veranderd dat de bezoekers meer het gevoel krijgen dat ze nu iets bijzonders gaan zien. Dit zal ertoe leiden dat zij, en vooral kinderen, niet zo snel de dagboeken voorbijrennen op de flexibele houten vloer om de vitrines heen.

Verrijdbare rekken

Ook vragen musea soms aan de rijksdienst wat zij kunnen doen tegen het schudden van schilderijen aan de verrijdbare rekken in hun depot. Behalve de metalen wielen vervangen door rubberen wielen, beveelt de dienst dan aan de rekken er voorzichtiger uit te trekken en terug te duwen. En ze vooral niet los te laten voordat ze helemaal naar binnen geschoven zijn. Je kunt je ook afvragen hoe vaak een bepaald rek in beweging komt. Dat is meestal niet zo vaak. Een paar keer per jaar misschien. Cumulatief gezien zal dat schudden dan niet zo veel effect hebben.

Alhoewel de rijksdienst in de afgelopen jaren veel ervaring met trillende kunst heeft opgebouwd, blijven de adviezen in zekere zin nog vrij beperkt. Er ontbreekt nog kennis over wat bepaalde soorten kunst kunnen hebben. Vergeleken met de vele trilproeven die een nieuw ontworpen passagiersvliegtuig ondergaat voor het de lucht in mag, stelt de kennis die in de erfgoedsector door experimenten verkregen is niet veel voor. Gelukkig zijn steeds meer musea bereid ten minste simulatieproeven te financieren om waardevolle gegevens voor hun eigen collectie te krijgen. De rijksdienst voerde bijvoorbeeld recentelijk experimenten uit op opgezette dieren en dergelijke uit Naturalis in Leiden, in verband met de huidige verbouwing daar. Ook werkt de dienst met het Rijksmuseum en de Technische Universiteit Delft aan een onderzoek naar de invloed van trillingen tijdens het transport van pasteltekeningen. Er is dus nog veel werk te doen om de nieuwe richtlijn te verbeteren.

Bill Wei, specialist conservering en restauratie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, verricht onderzoek naar het trillen van kunst, b.wei@cultureelerfgoed.nl.

Reacties