U bent hier

De reconstructie van Van Doesburgs Bloemenkamertje

Studenten van de Universiteit van Amsterdam onderzoeken het Bloemenkamertje van Theo van Doesburg in de Franse Villa Noailles.

Een zeer klein vertrekje in een Franse villa is in 1925 beschilderd met diagonale kleurvlakken. Stijl-kunstenaar Theo van Doesburg had dat zo ontworpen. Die vlakken zitten helemaal niet op de muren zoals hij het bedoeld had. Maar toch is dit complete Bloemenkamertje nu nauwkeurig gereconstrueerd.

Door Mariël Polman

Sinds dit voorjaar bevindt zich in Museum Drachten een kopie van een piepklein vertrek in een villa aan de Côte d’Azur. Het gaat om het zogenoemde Bloemenkamertje in Villa Noailles in de stad Hyères. De muren zijn niet romantisch met bloemen beschilderd, zoals iemand wellicht zou kunnen denken, maar krachtig met schuine zwarte, grijze, rode, blauwe en gele vlakken. In dit kamertje van één bij anderhalve meter schikte het personeel bloemen en zette die daar ’s nachts weg. De opvallende beschildering past in de modernistische stijl waarin de Franse burggraaf Charles de Noailles en zijn vrouw Marie-Laure in de jaren twintig hun buitenverblijf lieten vormgeven. Zij waren bevriend met avantgarde-kunstenaars en -architecten en nodigden hen uit om delen van de woning en de tuin te ontwerpen. Het Bloemenkamertje is in 1925 door een plaatselijke vakman beschilderd naar een tekening van de Nederlandse Stijl-kunstenaar Theo van Doesburg. Hij probeerde door middel van kleur architectuur te maken.

Maar de vlakkenschildering wijkt op een aantal punten van het ontwerp af. Dit was al langer bekend. Op initiatief van Jean Leering, de directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven, is er in 1968 ook al een reconstructie van het Bloemenkamertje gemaakt, zoals Van Doesburg het wél bedoeld had. In Hyères is het vertrekje in 1989 overgeschilderd, met de vlakken in iets afwijkende maten en kleuren. De villa is tegenwoordig opengesteld voor publiek, met een permanente tentoonstelling over het echtpaar De Noailles en een jaarlijks terugkerend modefestival. Onlangs namen de Universiteit van Amsterdam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het initiatief om het Bloemenkamertje nogmaals te reconstrueren. Dat resultaat is in Drachten te zien. Vanwaar deze acties voor zo’n piepkleine ruimte?

Een gesamtkunstwerk

Op het stuk grond aan de Côte d’Azur dat de De Noailles voor hun huwelijk cadeau kregen, lieten zij een winterverblijf bouwen. Dit was het seizoen waarin destijds de elite vakantie vierde. De keuze viel op de jonge architect Robert Mallet-Stevens, die van de villa en de tuin een gesamtkunstwerk maakte. Onder de kunstenaars die hij uitnodigde om mee te werken was niet alleen Theo van Doesburg, maar ook de Nederlandse architect Sybold van Ravesteyn. Van Ravesteyn ontwierp een logeerkamer, inclusief meubilair, en Van Doesburg dus het Bloemenkamertje, met al die diagonale vlakken. Van Doesburg had daar duidelijke ideeën over. Hij had met Piet Mondriaan de theorie van het neoplasticisme ontwikkeld. Hierin vormen horizontale en verticale lijnen en vlakken de essentie, in primaire kleuren, samen met wit, zwart en grijs.

Een neoplastisch kunstwerk is een abstracte schepping, die geen afbeelding is van de wereld om ons heen. Volgens de kunstenaars kon er een wezenlijke kijk vanuit jezelf op je omgeving mee ontstaan. Mondriaan heeft zich daar volledig op geconcentreerd. Maar Van Doesburg wilde verder en hij introduceerde de diagonale lijn. Eerst in zijn schilderijen en daarna in de architectuur, zoals bij het Bloemenkamertje. Hoe klein ook, het vertrekje is een voorbeeld van zijn ideeën over de neoplastische ruimtetijd, de vierde dimensie. Deze aansluitende theorie ontwikkelde Van Doesburg samen met architect Cor van Eesteren. De ruimtetijd zou de dimensie zijn die ontstaat wanneer je je door de ruimte beweegt.

Ongebruikelijk

Als autodidact op het gebied van de architectuur had Van Doesburg een ongebruikelijke manier van tekenen. Bovendien waren de maten waarover hij beschikte niet precies zoals het Bloemenkamertje ondertussen werd gebouwd, zo bleek later. Hij stuurde het ontwerp op, maar was zelf niet bij het schilderen aanwezig. Dat bleef niet zonder gevolgen. Toen Jean Leering in 1968 de villa bezocht, zag hij dat de beschildering in spiegelbeeld was aangebracht, met uitzondering van het plafond. De Franse schilder had de artistieke tekenwijze van Van Doesburg verkeerd begrepen. En hij had de maatvoering aan moeten passen, omdat die dus afweek.

Dat aanpassen moet een ingewikkelde klus geweest zijn. Het ontwerp zit zo ingenieus in elkaar en het kamertje is zo klein, dat elke millimeter telt. Zo zijn de haakse hoeken essentieel voor de spanning tussen de kleurvlakken, terwijl enkele hoeken van het vertrekje de beginpunten zijn van de zijkanten ervan. Zeker voor die tijd was de muurschildering radicaal. De Franse schilder valt daarom weinig te verwijten. Sterker nog, Charles de Noailles was tevreden met het resultaat. Van Doesburg is zelf nooit in de villa geweest.

Gerenoveerd

In latere jaren had de villa door lekkages, bewoning en leegstand enorm te lijden. Daarom werd ze in 1989 gerenoveerd. Het dak boven het Bloemen-kamertje werd vervangen en het nieuwe plafond kwam enkele centimeters lager te liggen. De architecten waren op de hoogte van de verkeerde interpretatie en hadden daarom weinig respect voor de kleurvlakken. Zij beschouwden ze niet als een unieke muurschildering die gerestaureerd moest worden. Ze ‘verbeterden’ haar door ook het plafond spiegelbeeldig uit te voeren. Door het lagere plafond sloten de vlakken nu nog minder haaks op elkaar aan dan ze al deden. En in plaats van de originele olieverf gebruikten ze moderne lakverf. Later werden de witte en zwarte vlakken overgeschilderd met matte muurverf. Het is daarom niet verwonderlijk dat het kamertje in de huidige toestand nauwelijks nog tot de verbeelding spreekt.

Toen de Nederlandse kunsthistoricus Monique Teunissen de villa bezocht, zag ze de ernst van de situatie in en klopte aan bij de Rijksdienst en de Universiteit van Amsterdam. Die muurschildering moest nodig gerestaureerd worden, vond ze. De Rijksdienst had al ervaring met het onderzoeken van schilderingen van Theo van Doesburg, namelijk die in het amusementspaleis de Aubette in Straatsburg, en met de reconstructie daarvan. Overigens is Van Doesburg hier wel aanwezig geweest bij de uitvoering van zijn ontwerp, in 1928. Bij de restauratie tussen 2004 en 2006 is er daarom voor gekozen om de nieuwe beschildering zo precies mogelijk een kopie van het originele werk te laten zijn. Het schilderwerk is in heldere kleuren uitgevoerd, in olieverf op een ondergrond van stucwerk, op basis van analyse van de oorspronkelijke verf. Ondanks de foute uitvoering in 1925 is deze strategie ook gevolgd bij het Bloemenkamertje, dus met de muren in spiegelbeeld. Deze fout maakt deel uit van de bouw van de villa en is daarom waardevol.

Belangrijk gedachtegoed

Coördinator Suzanne Maarschalkerweerd-Dechamps van de Universiteit van Amsterdam zag de potentie van de restauratie in voor haar studenten Conservering en restauratie. Zij zette zich er volledig voor in. Niet alleen was het kamertje het waard, ook was het belangrijk om jonge mensen kennis te laten maken met het belangrijke gedachtegoed van De Stijl. De Rijksdienst leidde het voorbereidende onderzoek. Martine Posthuma de Boer, student Historische binnenruimten, analyseerde samen met de dienst de verflagen van zowel het kamertje als de ontwerptekening. Om te weten te komen hoe de beschildering het beste gerestaureerd zou kunnen worden bleek dat het het handigste was als het kamertje heel precies zou worden nagebouwd. Vandaar de nieuwe reconstructie dus.

Meubelrestaurator en gastdocent Reinier Klusener voerde hiervoor onderzoek ter plaatse uit, maakte een ontwerp en begeleidde de bouw van het vertrekje. Lisanne van den Heuvel, student Technical art history, maakte er met de rijksdienst proeven voor. En restauratieschilder Leonieke Polman bracht de ondergrond aan, waarop een specialist van de dienst de kleurvlakken schilderde. Het maken van de reconstructie geeft inzicht in zowel het ontwerp als de beschildering van 1925. Het is een goede voorbereiding op de restauratie in Hyères. Maar wat gebeurt daar als alle overschilderingen worden verwijderd en de oude, beschadigde en verkleurde verf in zicht komt? Of is het een optie om de latere lagen verf te behouden en een nieuwe laag aan te brengen, conform de reconstructie? Voor de restauratie van het piepkleine kamertje in de villa aanvangt, zullen deze vragen nog beantwoord worden.

Mariël Polman, specialist kleur en schilderingen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, leidde dit onderzoek en was nauw betrokken bij de reconstructie. Zie ook villanoailles-hyeres.com.

Reacties