U bent hier

Beheren van de rijkscollectie

Gezicht op een kapel in de Grote of Sint-Laurenskerk te Alkmaar
Pieter Jansz Saenredam, 1635, BMH s124

Als collectiebeheerder in een verzelfstandigd rijksmuseum werk ik dagelijks met delen van de rijkscollectie. De Erfgoedwet legt een aantal basisnormen vast voor het beheer van deze collectie. In het dagelijks leven zorgt de invoering van de Erfgoedwet voor weinig grote verandering voor museale beheerder van de rijkscollectie. De VRM’s hebben de afgelopen periode namelijk een hoge standaard ontwikkeld. Voor niet-museale beheerders van de rijkscollectie betekenen de normen dat ze moeten voldoen aan museale beheernormen, een goede zaak! 
 

Het is natuurlijk goed dat de Erfgoedwet aandringt op een juiste omgang met ons cultuurgoed. Bij nadere inspectie van Hoofdstuk 2. Beheer rijkscollectie betekent de nieuwe Erfgoedwet voornamelijk voor niet-museale beheerders van schilderijen, beelden of andere kunst uit rijkscollectie, zoals ministeries, ambassades en de Eerste en Tweede Kamer, dat zij hun zaken op orde moeten krijgen en houden. De basisnormen zijn voor hen een nuttig kader. Want daar is nog veel te verbeteren.

De nieuwe wettelijke normen waaraan de werkzaamheden van een collectiebeheerder moeten voldoen sluiten aan bij de nationale en internationale normen die de musea zelf hebben ontwikkeld. Sinds het Deltaplan voor Cultuurbehoud in de jaren 90 van de vorige eeuw is de objectregistratie en het fysieke beheer van de collectie in deze musea sterk verbeterd. Voor registratie en beheer zijn nu vaak specifiek opgeleide medewerkers in dienst, die deze taken uitvoeren. Controle op de uitvoering van deze taak wordt regelmatig door inspecteurs van het Rijk uitgevoerd.

Er wordt bijvoorbeeld ook geëist dat de registratie van alle beheerders van de rijkscollectie aansluit op het geautomatiseerde systeem van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Hiermee wordt de webdatabase DiMCoN (Digitale Museale Collectie Nederland) bedoeld. Onze collectie is gelukkig reeds via deze database voor iedereen toegankelijk gemaakt.

In het artikel dat handelt over Schade en restauratie is de minister eveneens het leidende figuur. Schade dient bij de inspecteur te worden gemeld en alleen in overleg met de minister kan een ‘museaal cultuurgoed van de Staat’ worden gerestaureerd. De uitgebreide toelichting leerde mij dat deze artikelen vooral zijn bedoeld voor niet-museale beheerders. Mogen de verzelfstandigd rijksmuseum dit artikel dan negeren? Ik denk dat het beter zou zijn als duidelijk werd aangegeven voor wie welke artikelen van toepassing zijn, want de wet komt in deze vorm als algemeen geldend over.

Wat in ieder geval algemeen geldend is, is dat risico’s van schade aan museale cultuurgoederen van de staat, niet verzekerd zullen worden. Het verdient aanbeveling om alle instellingen die beheerder of eigenaar zijn van Rijkscollectie of ander Nederlands cultuurgoed zover te krijgen dat er bij onderling bruikleenverkeer ook niet verzekerd hoeft te worden. Op dit moment worden cultuurgoederen vaak tegen marktprijzen verzekerd, terwijl in het grootste deel van de schadegevallen slechts een fractie van dit verzekerde bedrag nodig blijkt om een schade te herstellen. Hier zijn voor de samenleving nog vele honderdduizenden euro’s te verdienen.
 

Arno van Os
Collectiebeheerder Catharijneconvent

Reacties